Klinkwerkmethoden van vroeger
In de 17e eeuw verstond men onder klinkwerk: Stucken hout aen een slaan. Hoofden van spijkers om slaen. Iets buiten boord toe drijven.
Later werd klinkwerk het verbinden van staal door middel van klinknagels.

 

 

Glad werk.
Bij deze methode worden de platen zowel boven elkaar als in elkaars verlengde verbonden door strippen aan de binnenzijde. Het werd toegepast om een gladde oppervlakte buitenboord te verkrijgen, doch kwam bij koopvaardijschepen zelden voor. Het geeft een sterk langsverband door de horizontale doorlopende strippen en het schip ondervindt minder tegenstand in het water door de gladde oppervlakte van buiten. Hiertegenover staat, dat men 2x zoveel klinknagels nodig heeft als bij overlapverbindingen en meer staal voor de strippen, waardoor het schip duurder en zwaarder wordt; ook is de goede aansluiting van de platen over hun gehele lengte zeer moeilijk te maken.
Zoomwerk.
Hierbij plaatst men de huidgangen zodanig boven elkaar, dat de bovenliggende gang met een overlap komt binnen elke daaronder. Hierdoor ontstaat een driehoekige ruimte tussen huidplaat en langscheepse flens van het spant, welke met een kies, d.i. een strookje plaatstaal wordt opgevuld. De kiezen moesten gesmeed worden, omdat ze wigvormig zijn, hetgeen zoomwerk nogal kostbaar maakt. Ook is een nadeel. dat de klinknagels, die de plaat aan een spant verbinden, ongelijk van lengte moeten zijn. Voor de verbinding van alle huidgangen werd deze methode zelden toegepast. Wel werden soms enkele gangen aldus verbonden bij gewijzigd zoomwerk (zie hieronder).
Gewijzigd zoomwerk.
Deze methode kwam bij koopvaardijschepen het meest voor. Hierbij worden van één gang de randen gedeeltelijk gelegd onder de daarnaast gelegen gangen en deze wederom met hun randen over de aangrenzende gangen. Zodoende komen ze om de andere tegen de spanten. De platen die tegen de spanten komen heten binnenplaten, de andere buitenplaten. Tussen deze laatste en de spanten komen platte kiezen ter dikte van de binnenplaten.
Joggelwerk.
Bij dit systeem worden de gangen onderling verbonden als bij gewijzigd zoomwerk. Men heeft echter de randen van de buitenplaten zodanig gebogen (gejoggeld), dat ook deze platen direct tegen de spanten rusten, zodat kiezen overbodig zijn en ook hier slechts twee plaatdikten aan elkaar behoeven te worden geklonken, hetgeen in de regel deugdelijker klinkwerk oplevert. Bovendien bespaart men het gewicht van de kiezen (op een schip van 100 m. lengte al gauw zo'n 25 ton). Dit voordeel gaat echter ten dele weer verloren, doordat de waterverplaatsing iets kleiner wordt dan bij gewijzigd zoomwerk. De huidgangen kunnen bij deze methode ook worden verbonden als bij gewoon zoomwerk. Dan moeten alle platen aan één zijde, worden gejoggeld. Een nadeel van het systeem was, dat het moeilijkheden kon opleveren bij reparaties in havens, waar de voor het joggelen benodigde machines ontbraken. Verder kon het systeem niet op dikke huidplaten worden toegepast.
Gewijzigd joggelwerk (1).
Bij deze manier van huidbeplating worden de spanten gejoggeld en de huid aangebracht als bij zoomwerk of gewijzigd zoomwerk. Het werd veel toegepast in dubbele bodems en ook bij de dekbalken, waarop een stalen dek komt te rusten. Het leverde niet, zoals het vorige systeem, moeilijkheden op bij de reparaties in havens waar de hiertoe benodigde machines ontbraken. Men kon dan een recht stuk spant met kiezen aanbrengen.
Gewijzigd joggelwerk (2).
Om te zorgen, dat bij het ankerhieuwen de vloeien van het anker niet achter plaatranden zullen blijven haken, zijn de binnenplaten beneden de kluis soms verdubbeld, zodat glad werk is verkregen.
Gewijzigd joggelwerk (3).
Ofwel, men heeft tegen de buitenplaten een schuin bijgewerkte plaat-strip geklonken. Men trof dit ook dikwijls aan ter zijde van de luikhoofden, waar de lading bij laden en lossen langs de huid sliert.

Bron: Scheepsbouw, leerboek voor stuurlieden, [Kweekschool voor de Zeevaart, Amsterdam 1947].